De eerste sjampetter Tegen Ouwe Klare En heksen

De feiten in dit verhaal hebben zich waarachtig voorgedaan in de tijd van Napoleon.
Voor een goed begrip schetsen we eerst even wat eraan voorafging.

Op het einde van de zestiende eeuw vindt overal een snelle uitbreiding plaats van het protestantisme.  Op sommige plaatsen gebeurde dit onder invloed van Calvijn, op andere onder invloed van Martin Luther, die pas door het Concilie van Trente uit de Katholieke Kerk was gestoten.

Tussen de behoudsgezinde katholieke bevolking en de hervormingsgezinde protestanten namen de spanningen snel toe, wat eindigde met de beeldenstorm.
Deze was een uiting van de volkswoede tegen de vele bestaande misbruiken binnen de Katholieke Kerk van toen.  Ze begon in het huidige Frans-Vlaanderen en breidde zich vlug uit over geheel Vlaanderen.  Hoeveel onschatbare kunstwerken zijn toen niet vernietigd geworden !

In het begin van de jaren 1600 is er op sommige plaatsen strijd tegen de Hollanders. Maar het ergste is tussen 1650 - 1713 wanneer de Spaanse bezetters het regelmatig aan de stok krijgen met de Fransen.
Die vreemde franse soldaten maakten het de mensen hier  bijzonder lastig.  Regelmatig moest er voedsel voor de franse soldaten en voor hun paarden geleverd worden.  Indien er niet vlug genoeg werd ingegaan op hun wensen kregen de dorpen het bezoek van een legereenheid (zie ook andere verhaaltjes) en werd alles platgebrand, de mensen werden van alles beroofd en dan volslagen weerloos achtergelaten.

Bij de vrede van Utrecht in 1713 komt Vlaanderen onder het bewind van Oostenrijk.  Na jaren van ellende, onrust en wanhoop kan de bevolking herademen en herstellen van de meest ellendige periode uit zijn geschiedenis.  Onder Keizerin Maria-Theresia werd een welkome herstelperiode ingezet : wegen werden hersteld, bossen geplant en de handel en nijverheid bloeiden weer op.

Ondanks de vele hervormingen -sommigen ook heel slecht-  kwam ons land door armoede en werkloosheid weer in een slechte tijd terecht.  In Frankrijk draaide de revolutie (in 1789 begonnen met de inname van de Bastille-gevangenis) op volle toeren en ook de
Vlamingen riepen om hervormingen.
In 1789 werden de Oostenrijkers verdreven en kwamen de Verenigde Belgische Staten tot stand.  Op vele plaatsen werden er vrijwilligers gerekruteerd om te vechten tegen de Oostenrijkers.  Ze werden toen patriotten genoemd en ontvingen bij hun inlijving een onderscheidingsteken in het zwart-geel-rood. (toekomstige kleuren van de Belgische vlag)
Die vrijwilligers waren echter niet goed gezien bij de bevolking die liever de rust had die er onder de Oostenrijkers heerste.

De in januari 1790 opgerichte Verenigde Belgische Staten waren echter een kort leven beschoren want in december waren de Oostenrijkse troepen al terug in het land.

Vanaf 1792 komt
  Vlaanderen definitief onder het Franse bewind.  Er worden nu, tengevolge van de franse revolutie, vele vernieuwingen doorgevoerd:
het ambt van "garde champêtre" (veldwachter) wordt in het leven geroepen, naast het kerkelijk huwelijk diende men nu ook te trouwen voor de burgemeester.  Het burgerlijk huwelijk kwam zelfs vóór de kerkelijke plechtigheid.  Vóór de franse revolutie hield de pastoor de burgerlijke stand bij, maar van dan af moet het gemeentebestuur dat doen.
Een andere nieuwigheid was de "conscriptie" waardoor heel wat jongens verplicht werden om als soldaat dienst te nemen in het Franse leger.  Dit zette veel kwaad bloed bij de mensen, temeer daar de zonen van rijke burgers zich konden vrijkopen.

De Fransen hielden zich ook bezig met kerkelijke aangelegenheden.  Alle "uytwendige tekenen" van godsdienst dienden verwijderd te worden.  Zelfs het kruis op de kerktoren moest verdwijnen.  In plaats van kerkelijke feesten werden ook burgerlijke feesten in het leven geroepen, de kerkelijke goederen werden verkocht, processies afgeschaft, klokken uit de toren gehaald, enz.
Het meest drastische was echter de eed die de priesters verplicht moesten afleggen
:"Ik zweere haet aen het Koningdom en aen de regeringsloosheid, aengekleeftheyd ende getrouwigheyd aen de Republiek ende aen de Constitutie van het jaer Drij."

In 1801 sloot Napoleon een concordaat af met de paus.  De uitoefening van de godsdienst was weer vrij.

In datzelfde jaar dus, waarschijnlijk voordat het akkoord van Napoleon met de Paus Lauw bereikte gebeurden hier de volgende feiten :

Door de voornoemde hervormingen was de burgemeester van Lauw afgezet en vervangen door een "Maire", Antoon van Bloer.
Deze had een dochter, nogal lelijk, kwezelachtig en met een rot karakter.  Hij kon ze aan niemand kwijt.
Onze Maire-Burgemeester dacht er dus goed aan van zijn ambt gebruik te maken om die dochter het huis uit te krijgen.
Na de verschillende mogelijkheden onderzocht te hebben liet hij zijn oog vallen op een zekere Mathias de Chertret.  Deze woonde in Thys.  Hij bood hem de post aan van Champêtre-veldwachter als hij trouwde met zijn dochter.  Dat voorstel nam de man uit Thys (tis zeggen wij) graag aan.  En op de dag dat hij veldwachter werd, de 7de vendémiaire (september) 1801  trouwde hij met de dochter van de burgemeester.
De man uit Thys dronk graag jenever, zodat zijn bijnaam snel gevonden was :
"Jenever-tis".

Aangezien zijn vrouw niet graag had dat hij dronk, zeker niet die goddeloze Jenever, verborg hij overal in het veld zijn voorraad Jenever.  Op een mooie zomerdag tijdens de hondsdagen maakt hij weer zijn ronde in het veld en komt daarbij langs een gracht in het Brokèè, waar hij een flesje liggen heeft.  Gulzig drinkt hij het  leeg en gaat daarbij ook even uitrusten in de gracht.  De Jenever heeft de gebruikelijke uitwerking op onze sjampetter…. Hij valt in slaap.

Er komt echter ook een onweer aan en de regen spoelt onder hem door.  Door de modder en nattigheid ontwaakt hij en gaat spoorslag naar huis, doornat.  Daar wacht hem een lang sermoen en om van die scherpe tong van zijn vrouw verlost te zijn spelt hij haar een verhaaltje op de mouw. 
"Wees blij dat ik nog leef, ik ben aangevallen door heksen" zegt hij.  "Ik heb moeten vechten voor mijn leven."
Bijgelovig als ze was nam ze dat aan als de zuivere waarheid.
In de herberg vertelt hij fier hoe hij zijn vrouw te woord had gestaan, en dat…… had hij nu juist niet moeten doen.
Even later gingen zijn "vrienden" tot bij zijn vrouw om haar over die heksen te vertellen.  Wie door heksen was aangeraakt en dan plots moest komen te sterven kon onmogelijk in de hemel komen.
"Om van het kwade verlost te worden moet hij eerst en vooral overlezen worden" was hun advies.

Bij zijn thuiskomst kreeg onze vriend Jenever-tis dan ook direct te horen dat zij geen onreine meer in huis wilde en hijzelf kon haar toch ook niet vertellen dat hij het allemaal verzonnen had.

Zijn vrouw stuurde dan ook onmiddellijk twee mannen naar Tongeren, naar begijn
Elisabeth, Bèè-Lis voor de mensen van Lauw.
De begijnenbeweging was verboden, ze hadden hun habijt moeten afleggen en zaten zonder inkomen.  Bèè-Lis haalde haar inkomen uit overlezingen.
De afspraak werd gemaakt voor de daarop volgende zondag, wat meteen aanleiding was voor een groot volksfeest (zoals bij het Wipvonnis).

Samen met Bèè-Lis werd de sjampetter op een kar rond het dorp gevoerd, getrokken door drie paarden.  Lis zat achter de sjampetter op de kar, en hield zich bezig met paternosteren.  Ze had een hele zware zilveren Paternoster en na elk tientje ranselde ze de veldwachter over zijn blote rug.  Ze waren nauwelijks rond Klein-Lauw of hij zat er al met een blauwe rug.

Hoe hij er uitzag aan het eind van de rit is niet geweten.  Wel weten we dat hij nadien veel beter opgepast heeft met Jenever en met heksen.  De rondrit had dus wel degelijk het gewenste doel bereikt.