Perfecte moord in Lauw

In 1680 was het in Lauw en omstreken erg onrustig, zelfs heel onveilig.  Lodewijk de XIV, de Franse Zonnekoning, was met vele soldaten naar onze streken gekomen om deze aan de Franse Kroon te onderwerpen.  Velen onder hen, vooral huurlingen, voelden daarna niet veel voor een terugkeer naar Frankrijk, om dan misschien weer ergens anders te velde te moeten trekken.  Ze bleven dus hier in de streek rondhangen en om te overleven hielden ze zich vooral bezig met stelen van de veldvruchten en met stropen.  De mensen hier waren daar echter niet mee opgezet.  Er moest en zou een einde aan gemaakt worden.

Met klokkengelui werden alle mannen naar de vergaderplaats geroepen (uit andere verhalen weten we al dat dit het kerkhof was) om de voorstellen van pastoor en dorpsmeesters goed te keuren.  Men had eraan gedacht iemand aan te werven die 's nachts op de velden toezicht zou houden en de dieven verjagen. 
Er was zelfs al een kandidaat, een zekere Jean Squeres, een voormalig soldaat die ook was blijven hangen en getrouwd was met Martha, de zuster van Katrijn, die we later zullen leren kennen in ons verhaal over de varkensopstand in Lauw.

Deze Jean Squeres werd dus officieel aangesteld en getrouw vervulde hij zijn taak.
Het stelen op de velden verminderde sterk en iedereen was tevreden met de gang van zaken.
Op zekere dag echter ……

's Morgens in alle vroegte, na zijn nachtdienst, stapte Jean naar de koster met volgend verhaal :  "Deze nacht, terwijl ik op ronde was, kwam ik langs de kerkhofmuur.  Plots sprongen daar 9 katten op de muur die naar mij bliezen en krijsten, juist alsof ze mij wilden aanvallen.  In het midden zat een hele grote zwarte kat.  Je kon zien dat dit de aanvoerster was van die duivelse beesten.  Geschrokken bleef ik staan en even later, zo snel als ze gekomen waren,  verdwenen ze ook weer van de muur." 

"Ik ben dan gewoon verder gegaan met mijn ronde.  Nauwelijks was ik op de Jatswinkel of daar kwamen die katten weer te voorschijn.  Deze keer werd ik daadwerkelijk aangevallen.  Ik schopte en sloeg naar alle kanten en trok ook mijn sabel om me te verdedigen. Alleen die grote zwarte kat bleef van op afstand toekijken.  Na een tijdje, toen ik bijna alle katten een kopje kleiner had gemaakt, sprong ook zij op mij af."

"Juist op tijd kon ik haar met mijn sabel afweren.  Onmiddellijk daarna verdwenen alle andere katten.  Alleen die dikke zwarte bleef aan mijn voeten liggen.  En ze ligt er nu nog."

De pastoor en de dorpsmeesters werden erbij gehaald en zwaar gewapend ging men op zoek naar de dode kat.  Ter plaatse aangekomen vond men echter geen kat, maar ……. de vrouw van Jean.  Toen werd het voor iedereen duidelijk dat er hier heksen aan het werk geweest waren.  Het lijk van Martha werd naar Tongeren gebracht en daar verbrand, zoals dat bij heksen gebruikelijk was.

De officiële registers vermelden verder nog dat onze vriend Jean op 8 februari 1686 huwde met de weduwe Daenen.  Deze had een café in Lauw waar Jean al enige tijd zijn pinten ging drinken, telkens als zijn nachtronde erop zat !
Maigret was toen nog niet geboren.